Hands
Usecases
Apps
Insights
Handboek
Prijzen
EN
Inloggen Start met Hands
Apps zonder technische taal

Wat is het verschil tussen een Plug-in of Connector?

Allebei geven ze je Hand toegang tot een andere dienst. Het belangrijkste verschil zit in de manier waarop je die dienst koppelt: een Plug-in gebruikt een inlogroute die Hands al heeft voorbereid, terwijl een Connector via MCP verbindt.

Uitleg · 5 min

Als je je Hand toegang geeft tot een andere dienst, wil je vooral dat er iets nuttigs gebeurt: een agenda lezen, met bestanden werken, een project bijwerken of een ander bedrijfssysteem gebruiken. Je zou daarvoor niet eerst allerlei integratietermen hoeven te leren.

Daarom gebruikt Hands Apps als eenvoudige verzamelnaam. Onder Apps zijn er twee manieren waarop een dienst gekoppeld kan worden: Plug-ins en Connectors.

De korte versie

Apps is de categorie. Een Plug-in is een app met een vooraf ingestelde OAuth-inlogroute. Een Connector is een app die via MCP wordt gekoppeld. Het verschil zit vooral in de setup, niet in iets waar je bij iedere opdracht opnieuw over hoeft na te denken.

Eerst: wat is een App?

Een App is simpelweg iets wat je koppelt zodat je Hand ermee kan werken. Zie het als het toevoegen van een nieuwe mogelijkheid aan je digitale collega. Dat kan een dienst zijn die je iedere dag gebruikt, maar ook een systeem dat via MCP bruikbare tools aanbiedt.

Het woord App vertelt dus wat je toevoegt. Plug-in en Connector vertellen hoe de koppeling wordt gemaakt.

✓
Plug-in = voorbereide koppeling.

Hands kent de inlogroute van de provider al. Jij logt in, bekijkt welke toegang wordt gevraagd en geeft toestemming.

↔
Connector = MCP-koppeling.

Hands maakt verbinding met een compatibele MCP-server. Afhankelijk van die server kunnen een adres, token, API-sleutel of andere verbindingsgegevens nodig zijn.

Wat is een Plug-in?

Een Plug-in is de makkelijkste soort koppeling om te herkennen. Hands heeft de verbinding met de provider al voorbereid met OAuth. Je hoeft die technische term niet te kennen om het te gebruiken; in de praktijk is dit de bekende route waarbij een dienst je vraagt om in te loggen en toegang goed te keuren.

  • Kies de Plug-in. Hands weet al hoe deze provider gekoppeld wordt.
  • Log in bij de provider. De aanmelding gebeurt bij de dienst die je koppelt.
  • Bekijk welke toegang wordt gevraagd. De provider laat zien waarvoor de koppeling toestemming vraagt.
  • Geef toestemming en ga terug naar Hands. De app kan daarna gebruikt worden binnen de toegang die is verleend.
Hoe dit aanvoelt

Je klikt op Verbinden, logt in bij de dienst, geeft toestemming en komt terug. Normaal hoef je geen MCP-adres te plakken of zelf een API-sleutel in de setup te zetten.

Een Plug-in betekent niet “onbeperkte toegang”. De provider bepaalt nog steeds welke rechten bestaan, welke rechten worden gevraagd en wat jouw account mag doen. Je kunt de verbinding ook weer verwijderen en providerrechten bij de provider zelf beheren.

Wat is een Connector?

Een Connector gebruikt MCP, een standaard waarmee een AI-systeem kan ontdekken welke tools een ander systeem aanbiedt. Je hoeft het protocol zelf niet te begrijpen. Het nuttige idee is simpel: een MCP-server vertelt je Hand welke gereedschappen hij beschikbaar stelt.

Sommige Connectors kun je kiezen uit een bekende catalogus. Je kunt ook zelf een compatibele openbare remote MCP-server koppelen. Afhankelijk van de dienst kan de setup vragen om een serveradres en eventueel een bearer-token, API-sleutel of aangepaste headers.

  • Kies of voeg de MCP-koppeling toe. Dat kan een bekende Connector zijn of een compatibele server die je zelf aanlevert.
  • Vul in wat die verbinding nodig heeft. Sommige servers hebben alleen een URL nodig; andere ook een credential.
  • De server biedt zijn tools aan. Je Hand kan de tools gebruiken die de MCP-server werkelijk beschikbaar maakt.
  • Je providertoegang blijft bepalend. Het gekoppelde account, token, de sleutel of headers bepalen wat de provider via die tools toestaat.
Belangrijk voor veiligheid

Een Connector maakt een ruim ingestelde providercredential niet automatisch smaller. Gebruik credentials die passen bij het werk dat je de Hand wilt laten doen en koppel alleen systemen die je voor die Hand wilt gebruiken.

Wat merk je in de praktijk?

Waar ze onder vallenAllebei zijn het Apps in Hands.
Manier van koppelenPlug-in: voorbereide OAuth-login. Connector: MCP.
Typische setupPlug-in: inloggen en toestemming geven. Connector: een server verbinden en, waar nodig, de bijbehorende credentials toevoegen.
ToegangPlug-in: providerrechten die je tijdens het inloggen goedkeurt. Connector: de tools van de MCP-server plus de rechten die je gekoppelde credential vertegenwoordigt.
Dagelijks gebruikNa het koppelen kun je je weer op het werk richten. Je Hand gebruikt de app binnen de toegang die werkelijk beschikbaar is.

Welke gebruik je?

Meestal hoef je geen technische keuze te maken. Begin bij de dienst waarmee je je Hand wilt laten werken. Biedt Hands die aan als Plug-in, dan draait de setup om inloggen en toestemming geven bij de provider. Is de dienst beschikbaar als MCP Connector, dan volg je de MCP-route die voor die dienst wordt getoond.

Connectors zijn ook nuttig wanneer je een compatibele MCP-dienst hebt die niet als vooraf ingestelde Plug-in beschikbaar is — bijvoorbeeld een systeem dat je eigen organisatie aanbiedt. Het label vertelt hoe de koppeling tot stand komt; het zegt op zichzelf niet dat de ene app krachtiger is dan de andere.

Wat je vooral moet onthouden

Apps is de kast. Plug-ins zijn de route “inloggen en toestemming geven”. Connectors zijn de MCP-route. Na de setup kan je aandacht weer naar het werk dat je je Hand wilt laten doen.

Begin bij de dienst, niet bij de techniek.

Open Apps in Hands en kies waarmee je je Hand wilt laten werken. De interface maakt duidelijk of die dienst als Plug-in of Connector wordt gekoppeld en welke stappen daarvoor nodig zijn.

← Terug naar alle Insights